Uitgevoerd worden transcripties  van muziek van Johann Sebatian Bach en Gustav Mahler.

2014-01-18 orgel accordeonorkest-rel
Bach en Mahler

Ook al zijn ze meer dan anderhalve eeuw gescheiden in de muziekgeschiedenis, Johann Sebastian Bach (1685-1750) en Gustav Mahler (1860-1911) hebben veel met elkaar gemeen en we zien in hun muziek veel parallellen. Bach's invloed op Mahler is zeer groot en beiden hebben een enorme invloed op de toekomst.

Mahlers bewondering voor Bach was intens. De enige partituren die hij bij zich had in zijn zomerhuis waar hij componeerde waren die van Bach. Zijn eigen woorden waren: ''De voor mijn aangeboren manier van schrijven is die van Bach. Ik leer meer en meer van Bach.  Had ik maar tijd genoeg om mezelf helemaal onder te dompelen in deze hoogste school''.

Vooral contrapunt leerde Mahler door de muziek van Bach te bestuderen. Zijn werken werden steeds ingewikkelder en zeer complexe fuga's zijn te vinden zijn  laatste symfonieën. Net als Bach in zijn laatste decennium, werkte Mahler zijn contrapuntische structuren steeds meer uit.
Wat ook toeneemt is het doordrenken van het thema van het lot en de dood in de muziek van Mahler net zoals dat bij Bach gebeurde. De dood is bij beide componisten altijd een belangrijk onderwerp geweest in hun muziek. We zien bij Mahler al in zijn eerste symfonie een parodie op “vader Jacob” in een dodenmars.

Wat de twee componisten ook gemeen hebben is het hergebruik en arrangeren van muziek van hun zelf en van anderen. Voor vele barokke componisten had het hergebruik van bestaande partituren vaak  een commercieel doeleinde. Voor Bach was het een hoge kunst, een kans om zijn eigen muziek te verbeteren en die van anderen, en het mee te nemen naar een verhevener niveau van perfectie. Aangezien absolute perfectie nooit kan worden bereikt door de sterfelijke mens, is verbetering van de muziekwerken nooit een eindigend proces.
Toen Mozart en Brahms een stuk voltooide, sloten ze het boek en gingen over naar een ander project. Voor Bach was compositie een eindeloos project.

Voor Mahler geldt hetzelfde als voor Bach. Voortdurend hergebruikte en verbeterde hij zijn eigen materiaal. In zijn eerste vier symfonieën komen melodieën uit zijn eerder gecomponeerde liederen terug. In het derde deel van symfonie nr. 1, de parodie op “vader Jacob” slaat halverwege de sfeer om naar een gelukzalig moment. Hiervoor gebuikt hij een eerder gecomponeerd lied over een moment onder een Lindenboom dat hier helemaal tot zijn recht komt. Het lied dat door velen als mooiste lied van Mahler wordt beschouwd: “Ich bin der Welt abhanden gekommen” vond Mahler zelf ook één van zijn beste liederen. Materiaal hieruit gebruikte hij weer in het bekende Adagietto uit zijn 5e symfonie.

Ook muziek van anderen waar ze door beïnvloed werden gebruikten Bach en Mahler . Zo heeft de muziek van Vivaldi een duidelijke invloed gehad op Bach. Bach memoreert in zijn passies aan Vivaldi en hij bewerkte zes concerten van Vivaldi o.a. voor orgel. De muziek van Vivaldi, vooral de vorm van zijn concerten, was vernieuwend en daar had Bach groot respect voor.

De componist waar Mahler het meest respect voor had was Bach en dat blijkt ook uit de
arrangementen die Mahler maakte van de muziek van Bach.
Mahler had ooit gezegd: '' Ik zal mijn latere dagen wijden aan Bach”.
In zijn laatste jaren in Amerika, bevrijd van de beperkingen van het hof in Wenen en zich bewust van zijn eigen fragiele gezondheid, bleek het moment voor Mahler aangekomen om zijn passie voor Bach publiekelijk te uiten.

Het moet enigszins ongepast geweest zijn dat Mahler als dirigent van de New York Philharmonic Society op een concert van 10 november 1909, zijn stokje onder zijn arm deed, ging zitten aan een klavecimbel en een uitvoering begon van de Suite van de orkestwerken van JS Bach. Mahler had de partituur zelf gearrangeerd, een symfonische bewerking van de muziek van Bachs Orkest Suites in b- majeur en d-mineur, in vier delen. Het feit dat de nieuwe suite begon in b-mineur (met de Ouverture uit de 2e orkestsuite) en eindigde in d-majeur (met de Gavottes I en II uit de 3e orkestsuite) zou de barokke traditie hebben geschonden, maar het was volledig in lijn met het persoonlijke enthousiasme van Mahler voor een opgaande lijn van mineur naar majeur, zoals bijvoorbeeld in de ''Resurrection'' Symfonie (die klimt van c-mineur naar es-majeur). Net als veel andere 19e en 20ste eeuwse componisten, aarzelde Mahler niet om zijn eigen stempel op de muziek van Bach te drukken.

Mahler en Bach voor orgel en accordeonorkest
Mahlers componeren voor het orgel is beperkt gebleven tot een paar akkoorden en pedaaltonen in de tweede en achtste symfonie en een pseudo continuo rol in het eerste deel van zijn Suite van de orkestwerken van J.S. Bach. Er zijn diverse pogingen gedaan door organisten om de muziek en met name de symfonieën te bewerken voor orgel. Maar door het enorme dynamische en expressieve bereik van zijn muziek is dat tot nu toe nooit echt succesvol geweest. Door een accordeonorkest aan een orgel toe te voegen krijg je als het ware een verlengstuk van het orgel met veel meer expressieve en dynamische mogelijkheden. Het timbre van een accordeonorkest komt ongeveer overeen met dat van een orgel. Ook accordeons maken gebruik van 4’, 8’ en 16 voet registers. Door de vele register combinaties van orgel en accordeons en de verschillende klankkleuren van de accordeons afzonderlijk heb je een heel groot kleurenpalet. De muziek van Mahler heeft zo’n palet nodig. Het accordeonorkest heeft in goede handen dezelfde subtiele dynamische en expressieve mogelijkheden als een strijkorkest. Het orgel is daarbij met zijn vele klankkleuren en massieve klank een belangrijke toevoeging en zorgt op bijvoorbeeld het hoogtepunt van “Resurrection” voor een krachtig en groots einde.

Bij de muziek van Bach geldt hetzelfde. Het orgel en het accordeonorkest versterken elkaar. De Passacaglia in c-mineur die oorspronkelijk voor alleen het orgel is geschreven krijgt met een toegevoegd accordeonorkest meer ruimte voor subtiliteit. Daarnaast is er door meer kleuren en dynamisch verschil een groter contrast tussen de karakters van de verschillende variaties mogelijk. Bij de suite van orkestwerken kan het orgel ingezet worden als een ondersteunend instrument, maar samen met een accordeonorkest kan je de rollen zo nu en dan omdraaien en het orgel melodieën laten spelen met het orkest als begeleiding.
Bach maakte een bewerking van het concert in a-mineur van Vivaldi voor orgel. Door het origineel van Vivaldi en de bewerking van Bach met elkaar te combineren krijg je het idee van een concert voor orgel en orkest.
Al deze elementen zitten in de arrangementen die gespeeld worden door accordeonorkest REL en organist Paul de Bra.

 

Programma

Johann Sebastian Bach
Suite van de orkestwerken
(vorm naar een idee van Gustav Mahler)                    

Concert in a-mineur
(naar Vivaldi)
        
Passacaglia in c-mineur                

Gustav Mahler
Pianokwartet
(jeugdwerk en enige overgebleven kamermuziek)
                
Derde deel uit Symfonie nr. 1
(parodie op “vader Jacob”)
            
Ich bin der Welt abhanden gekommen
(uit Rückert-lieder)
              
Resurrection
(Finale uit Symfonie nr. 2)    


arrangementen: Tim Fletcher    

 

Accordeonorkest REL

Accordeonorkest REL is opgericht in 2008 door dirigent Tim Fletcher, omdat er behoefte was aan een orkest waar de betere (amateur) spelers in Nederland met elkaar op eenzelfde hoog artistiek niveau kunnen spelen. Er zitten enkele professionele spelers tussen die ook graag voor hun plezier op dit niveau mee doen.
REL voert bijzondere muziek voor accordeonorkest uit, waarbij de artisticiteit op de eerste plaats komt. Het repertoire bestaat onder andere uit nieuwe composities voor accordeonorkest en arrangementen van klassieke werken en hedendaagse muziek.
De missie van de spelers is meer waardering krijgen voor accordeonorkest en mensen positief verrassen door publiek te boeien met hun muziek.

 

Tim Fletcher

Tim Fletcher studeerde accordeon en directie In Rotterdam en Zwolle. Tim dirigeert een zestal accordeonorkesten die tot de beste van Nederland behoren. Daarnaast organiseert hij festivals en bedenkt projecten om het instrument accordeon binnen de klassieke muziek betekenis te geven.
Tim is oprichter en dirigent van STRACC, een professioneel ensemble met 9 strijkinstrumenten en 6 accordeons waarmee hij optrad in o.a. Theater aan het Vrijthof, het Tropentheater in Amsterdam en de Toonzaal in Den Bosch met een eigen project over “het einde der tijden” in 2012.  
Ook richtte hij accordeonorkest REL op, een landelijk groot accordeonorkest dat een repertoire speelt van klassieke en hedendaagse muziek. Het orkest bestaat uit gedreven accordeonisten die als doel hebben het publiek te verrassen als volwaardig klassiek (accordeon)orkest.

 

 

 

Geerten Liefting

Geerten Liefting studeerde orgel bij Nico Blom en Christiaan Ingelse en vervolgens orgel, kerkmuziek en improvisatie aan het Conservatorium van Utrecht, o.a. bij Reitze Smits en Arie Eikelboom. In
augustus 2009 studeerde hij Cum Laude af.
Als organist was hij tot 2005 verbonden aan de Grote of Sint-Bartolomeuskerk te Schoonhoven en als cantor-organist tot 2007 aan de SOW-gemeente De Wingerd in Krimpen aan den IJssel. Sinds augustus 2007 is hij dirigent-organist van de Heilige-Bonaventuraparochie te Woerden en assistent-organist van de Grote of Sint-Laurenskerk te Rotterdam. Tevens is hij sinds 2006 Vesperorganist van de Domkerk te Utrecht.