header3
2017 07 15 Jan Klein BussinkGeen Bach of Buxtehude ditmaal onder de handen van Jan Kleinbussink, em. cantor-organist van de Grote of Lebuinuskerk en alom gerespecteerd oude muziekspecialist, maar romantische orgelwerken, die zorgvuldig zijn gekozen om het robuuste en karakteristieke klankkarakter van het gereconstrueerde Ibach-orgel in de Broederenkerk zo optimaal mogelijk te presenteren.
Centraal staat de prachtige Pastoral-Sonate opus 88 van de Duitse componist Joseph Rheinberger. (†1901). Rheinberger werd in zijn tijd zeer bewonderd als componist, docent en organist en liet een aantal prachtige orgelwerken na. Evenals Bach componeerde ook Max Reger (†1916)  een ‘Orgelbüchlein’, een serie van 52 orgelkoralen over liederen uit het kerkelijk gezangboek van zijn tijd. In een tweetal blokjes van drie koralen wordt een keuze uit deze muzikale kleinoden ten gehore gebracht. Tenslotte de omlijsting van het programma: als opening deel I uit Widor’s (†1937).  beroemde Orgel-Symphonie no. V in f en als bekroning van het programma de finale van dit werk, de wereldberoemde Toccata in F.
Al met al een programma om niet te missen!

Jan Kleinbussink

studeerde orgel, piano, muziektheorie en koor- en orkestdirectie. In 1976 behaalde hij de de « Prix d ‘excellence cum laude » voor orgel, met onderscheiding voor solospel en voor improvisatie. Daarna vervolgde hij zijn studie in Wenen bij Prof. Anton Heiller en studeerde hij klavecimbel bij Ton Koopman te Amsterdam en sloot ook deze studie af met het einddiploma solospel. Hij was cantor-organist aan de Grote of Lebuinuskerk te Deventer gedurende de periode 1970 tot en met 2013.
Jan Kleinbussink werkte vanaf de oprichting gedurende 15 jaar als continuospeler bij het vermaarde Amsterdam Baroque Orchestra en Choir onder leiding van Ton Koopman. Als zodanig was hij intensief betrokken bij prestigieuze opname-project van alle Bach Cantates. Hij werkte daarnaast als hoofd Afdeling Oude Muziek en afdeling Orgel en Kerkmuziek aan het Koninklijk Conservatorium te Den Haag. Jan Kleinbussink verzorgde concerten en master classes in Europa en Amerika. Hij leidde het barokorkest Musica Aeterna uit Bratislawa in radio- en CD-producties met niet-gepubliceerde orkestwerken van Graupner en Telemann. In Amerika is hij gastdirigent bij het Portland Baroque Orchestra and Choir. In Den Haag nam hij het initiatief tot de zeer succesvolle serie ‘Bach-Cantate van de maand’, uitgevoerd onder zijn leiding door solisten, koor en barokorkest van het Koninklijk Conservatorium. Zijn werkzaamheden aan het Kon. Conservatorium als hoofd Afdeling Oude Muziek en daarna hoofd Masterstudies, Onderwijsvernieuwing en Artistiek Onderzoek zijn beëindigd. Momenteel bereidt hij aan de Academie der Kunsten/Universiteit Leiden de doctoraal promotie voor over « de beïnvloeding van de West-Europese componisten ten tijde van de laat-renaissance en barok door de Grieks-Romeinse retorica en de consequenties voor analyse en uitvoeringspraktijk oude muziek ». Daarnaast kent hij een actieve voortzetting van zijn werkzaamheden als musicus - organist, klavecinist en dirigent. Tevens is hij artistiek leider van het dit jaar opgerichte ONBC (Oost-Nederlands Barokconsort).

Programma:

Een programma, geheel toegespitst op het robuuste en karakteristieke klankkarakter van het fraaie Ibach-orgel in de Broederenkerk te Deventer. Alexandre Guilmant opent zijn VIIde Sonate met een majestueuze ‘Entree’, hier gekozen als opening van het concert. Guilmant is één van de grootste organisten en componisten uit de tweede helft van de 19de eeuw. Samen met zijn vroegere studiegenoot Charles-Marie Widor (zie programmapunt 6) behoorde hij tot de toonaangevende musici in Parijs. Als docent, verbonden aan het Parijse Conservatoire National Supérieur de Musique, was hij een gezocht docent en heeft hij vele vooraanstaande organisten opgeleid. Guilmant maakte gedurende zijn leven drie concertreizen naar de USA. Naast componist was hij een groot improvisator en (opmerkelijk voor zijn tijd) zeer geïnteresseerd in de orgelwerken uit Renaissance en Barok, waarvan hij talloze nieuwe edities maakte en zo deze ‘oude’ muziek weer opende voor zijn tijdgenoten en leerlingen Hij schreef maar liefst 20 sonates voor orgel, werken die kwalitatief op één lijn staan met de 10 orgelsymfonieën van Widor. Zijn taal is zeer orkestraal gedacht, alle instrumentengroepen uit het symfonieorkest zijn in zijn orgelwerken traceerbaar.

Evenals Joh. Seb. Bach schreef ook Max Reger een ‘Orgelbüchlein’, een serie van 52 orgelkoralen over gezangen uit de liedbundels van zijn tijd, liederen die ook Bach al vaak gekend heeft (in sommige gevallen ook heeft gewerkt) en waarvan de wortels soms tot in de 16de eeuw terug gaan. Een viertal kleinoden uit deze bundel worden bij het tweede programmapunt ten gehore gebracht. Soms verstilde, soms uitbundige muziek, maar doortrokken van grote creativiteit en ambachtelijkheid met momenten van prachtige polyfone en harmonische vondsten. Bijna ongemerkt binnenschuivende chromatische lijnen tegenover de koraalmelodie, voegen deze bewerkingen een heel persoonlijke en romantische dimensie toe aan een bekend kerklied.

Centraal in dit programma staat Rheinberger’s Pastoral-Sonate opus 88. Evenals Guilmant en Widor wordt ook Rheinberger gezien als één der hoekstenen van de orgelkunst in de tweede helft 19de eeuw. Rheinberger volgde zijn muziekopleiding in München, waar hij onder andere onderwijs volgde bij Franz Lachner. Gedurende de vijftiger jaren van de negentiende eeuw verdiende hij in die stad zijn levensonderhoud door orgelspel en met componeren. Rheinberger schreef meer dan tweehonderd werken voor koor, orkest en solisten. Zijn composities voor orgel behoren tot zijn meer bekende  oeuvre, waartoe (evenals Guilmant) ook een twintigtal orgelsonates behoren. De Pastoral-Sonate verbindt ideeën van de pastorale en van een vrije vierstemmige fuga met de basismelodie van de 8ste Gregoriaanse psalmtoon. Aanvankelijk lijken deze elementen los van elkaar te staan maar aan het eind van de fuga vindt de reeds verwachte synthese plaats van alle muzikale bouwstenen in dit prachtige werk.

Ook tussen de Zwitserse componist Henri Gagnebin en Parijs bestaat een link. Gagnebin ging in 1908 naar Parijs studeerde onder anderen bij Vincent  d’Indy en Louis Vierne. In 1916 werd hij benoemd als organist aan de Temple te Saint-Jean in Lausanne en als docent compositie aan het conservatoire. In 1925 verruilde hij Lausanne met Geneve en tot aan zijn dood in1961 werkte hij aldaar al directeur van het conservatorium. Gagnebin schreef muziek voor vrijwel alle bezettingen (met uitzondering van opera), maar zijn werk wordt thans nog nauwelijks uitgevoerd. Ten onrechte, mijns inziens.  Zijn meer dan 100 Psalmbewerkingen over de melodieën van het Geneefs psalter dateren uit de jaren 1950 en 1960 en dragen een geheel eigen en vernieuwend karakter en verlengen in bepaalde werken weer de lijn Bach-Reger tot in het idioom van de 20ste eeuw. Verrassend nieuw, maar ook weer herkenbaar.

Tenslotte de bekende Toccata uit de Vde Symfonie van Widor, minimalistische muziek en ook feest der herkenning. Na één maat zijn alle muzikale bouwstenen voor het gehele werk al neergezet. Meer komt er niet. Dat het toch tot het einde toe een spannend stuk is, komt vooral door de verrassende en creatieve harmonische vondsten, en de kleurrijke registraties, die telkens weer een nieuw licht op de toccata-mantra laten schijnen.
JanKlb




1. Alexandre Guilmant        - Entrée
    (1837-1911)               uit Sonate no. VII, opus 89 in Fa majeur        8’30


2. Max Reger            - vier orgelkoralen uit opus 67
    (1873-1916)               a. Gott des Himmels und der Erden
                    b. Jesu meine Freude
                    c. O Gott, du frommer Gott
                    d. Lobe den Herren, den mächtigen König

3. Alexandre Guilmant        - Intermezzo d mineur           
                                                           uit Sonate no. VII, opus 89 in Fa majeur        7’30


4. Josef Rheinberger        - Pastoral-Sonate, opus 88 in G-dur                     16‘00
    (1839-1901)              Pastorale
                   Intermezzo
                   Fuga

5. Henry Gagnebin           uit: Pièces d‘ orgue sur les Psaumes Hugenots  (1951)
     (1886-1977)              a. Psaume CV:  Que son grand nom partout semé
                   b. Psaume LXIII  - 1e partie: Et j’etais devant son silence
                            - 2e partie:  Et je renais á la lumière
                     c. Psaume XXIV:  La voix du Seigneur tonnant…


6. Ch. M. Widor              Toccata
    (1844-1937)               uit Symfonie nr. V, opus 42


Locatie:

de Broederenkerk

broederenkerk 2 500pxbAdres

Broederenstraat 18
7411 EN  Deventer

Parkeren

Er is geen parkeerruimte in de directe nabijheid van de kerk.
U vindt informatie over parkeren in Deventer op de website van de gemeente Deventer.
De parkeergarages die daar worden vermeld, liggen allen op loopafstand van de kerk.


Ga naar boven